Het moet gezegd worden: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft enorm veel tijd en energie gestoken in de problematiek van de zeegaande zeilschepen en ongetwijfeld met de allerbeste bedoelingen. Dat al deze goede bedoelingen en bereidwilligheid na 6 jaar nog geen enkel positief resultaat opgeleverd hebben is voornamelijk te wijten aan twee zaken:

1) Onbekendheid met het principe van vrij verkeer van goederen en diensten binnen de Europese Unie

2) Onvoldoende kennis van zeilschepen.

 

1) "Denemarken en Duitsland staan in hun recht"

Vanaf het moment dat de "Baltische Crisis" begon heeft het Ministerie het standpunt ingenomen dat Denemarken en Duitsland het recht hadden, bijzondere eisen aan de Nederlandse zeilschepen te stellen.
Deze onjuiste aanname is de belangrijkste bron van alle ontstane ellende. Het is haast onvoorstelbaar dat het Ministerie nog steeds stug aan deze veronderstelling vasthoudt, ondanks het feit dat vele instanties, tot aan de Europese Commissie toe, inmiddels ondubbelzinnig verklaard hebben dat de handelswijze van Denemarken en Duitsland in strijd is met het Europees Verdrag.

Zelfs onlangs nog werd door de minister, in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer, gesteld dat een zaak bij het Europese Hof wellicht niet kansrijk zou zijn "...omdat er in internationaal zeevervoer geen sprake is van een interne EU markt". Deze onbekendheid van het ministerie met de Europese basisprincipes van het vrije verkeer van goederen en diensten is schokkend, evenals het feit dat de minister de Tweede Kamer (opnieuw) onjuist heeft geïnformeerd.
Er is nota bene een speciale Europese Richtlijn (4055/86) uit 1986(!) waarin dit vrije zeevervoer tussen lidstaten van de Europese Unie nadrukkelijk geregeld is:


Richtlijn 4055/86 - Artikel 1

 

De verwijzing naar de artikelen 55 t/m 58 en 62 van het Verdrag (van Europa) houdt niets meer en niets minder in dan dat dit vrije verkeer op geen enkele wijze belemmerd mag worden. Anders gezegd: Duitsland en Denemarken mogen slechts onder zeer bijzondere en nauwkeurig omschreven omstandigheden beperkingen opleggen aan Nederlandse (zeil)schepen.

Het Europese Hof heeft hierover al een hele serie uitspraken gedaan, óók in zaken die betrekking hadden op het "internationaal zeevervoer" (o.a. zaak C-381/93). Die uitspraken hadden allemaal dezelfde strekking: beperkingen mogen slechts opgelegd worden als aan alle vier de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. ze moeten het algemeen belang dienen, én
  2. ze moeten proportioneel zijn met het belang dat gediend wordt, én
  3. dit belang is niet reeds voldoende gewaarborgd door voorschriften waaraan de dienstverlener onderworpen is in het land waarin hij gevestigd is, én
  4. ze moeten van toepassing zijn op alle bedrijven en personen die de betreffende diensten in de lidstaat leveren

Aan tenminste drie van deze voorwaarden wordt niet voldaan (zie ook Klacht bij de Europese Commissie).

Niet alleen is het ministerie op basis van haar onjuiste aannames de onderhandelingen met Denemarken en Duitsland aangegaan (terwijl het de eisen van Denemarken en Duitsland op basis van het Europees Verdrag simpelweg af had moeten wijzen), het ministerie heeft hiermee ook de branche volledig op het verkeerde been gezet, met als gevolg dat veel tijd en kosten verspild zijn aan krampachtige pogingen om aan de eisen van Denemarken en Duitsland tegemoet te komen.

Tijdens de voorbereiding van de rechtszaak tegen de Deense autoriteiten in verband met de aanhouding van de Catharina moest de branche zelf tot de ontdekking komen dat de handelswijze van Denemarken (en dus ook die van Duitsland) hoogstwaarschijnlijk in strijd is met het Europees Verdrag. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in het indienen van een klacht bij de Europese Commissie.

In de daarop volgende jaren hebben ook de Parlementair Advocaat (2009) en het T.M.C. Asser Instituut (2010) zich over deze problematiek gebogen.
De conclusies waren eensluidend: de eisen van Denemarken waren "hoogstwaarschijnlijk" in strijd met het Europees Verdrag.

 

2) "Er is weinig verschil tussen zeilschepen en vissersschepen"

[nog aanvullen]