De Historie1

Tot december 1991 werden door de zeegaande zeilschepen met passagiers ten aanzien van de certificering geen enkele moeilijkheid ondervonden bij het aanlopen van Deense havens. Het door de Scheepvaartinspectie afgeven Certificaat van Deugdelijkheid en het Klasse Certificaat van Register Holland werden door de buitenlandse autoriteiten geaccepteerd.

In december 1991 ontstonden echter problemen met de Deense autoriteiten. Als een nawee van de ramp met het Deense Ro-ro passagiersschip "Scandinavian Star", in 1990, werden in Denemarken de touwtjes strakker aangetrokken.

Op 27 december 1991 werd door de Deense Scheepvaartinspectie schriftelijk aan het toenmalige DGSM2 medegedeeld, dat volgens de Deense opvatting SOLAS 1974 van toepassing is op de betreffende zeilende passagiersschepen en dat deze schepen derhalve moesten voldoen aan de voorschriften van deze Conventie, en dat voor de schepen een SOLAS Certificaat moest zijn uitgereikt.

Gesteld werd dat het voor deze schepen afgegeven Certificaat van Deugdelijkheid door Denemarken niet kon worden geaccepteerd als equivalent voor het Solas Passenger Ship Safety Certificate. Verder werd medegedeeld dat buitenlandse schepen, die regelmatig Deense havens aandoen en die bestemd zijn om meer dan 10 personen te vervoeren moesten voldoen aan de "Helsinki Convention", die equivalent is aan Marpol, Annex IV (Sewage, vuilwater).

Hierop ontstond een langdurige discussie tussen de Nederlandse en Deense autoriteiten, die er uiteindelijk in resulteerde dat er op 15 maart 1994 een bilaterale overeenkomst gesloten werd, waarin afgesproken werd dat Denemarken het Nederlandse Certificaat van Deugdelijkheid zou (blijven) accepteren.

 


1 Grotendeels ontleend aan "Beschrijving van de Nederlandse regels voor zeegaande zeilschepen met passagiers" door A. Elfering
2 Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken