(Laatst bijgewerkt: 31 juli 2014)

Volgens informatie van de BBZ verkeren de onderhandelingen met Denemarken over de voorwaarden waaronder de Nederlandse zeilschepen in Deense wateren mogen opereren "in een eindfase".

Het ministerie van I&M heeft de BBZ een brief gestuurd met een toelichting op, en de inhoud van een "definitieve versie" van een overeenkomst met Denemarken. In deze brief geeft het ministerie aan dat er geen verdere onderhandelingsruimte is. Denemarken stelt onder meer als voorwaarde dat, als de BBZ akkoord gaat, de klacht bij de Europese Commissie ingetrokken wordt.

De overeenkomst komt er op neer, dat aan schepen die niet volledig aan de voorschriften voor lekstabiliteit uit de Witte Rules voldoen (dit kunnen maximaal zo'n 46 schepen zijn) een beperking van het vaargebied opgelegd wordt tot maximaal 5 mijl uit de kust.
Bovendien moeten alle schepen "op alle andere gebieden een veiligheidsstandaard hebben die gelijk is aan de veiligheidseisen uit Richtlijn 2009/45/EC voor het zeegebied (B,C of D) waarin zij willen opereren". Niet duidelijk wordt, wat precies met dit laatste wordt bedoeld en hoe dit door ILenT en Register Holland uitgelegd gaat worden.

EU2009/45/EC Vaargebieden in Denemarken

Voor het overige is het de afgelopen jaren redelijk rustig geweest in Denemarken. Dat is waarschijnlijk grotendeels te danken aan de volgende omstandigheden:

  • Onzekerheid over de uitkomst van de Rechtszaak die een eigenaar aangespannen heeft tegen de Deense autoriteiten. Mocht de eigenaar in het gelijk gesteld worden, dan zou niet alleen hij, maar ook andere schepen die op dezelfde onrechtmatige gronden aangehouden zouden zijn, recht hebben op een schadevergoeding.

  • Onzekerheid over uitkomst van de Klacht bij de Europese Commissie. Wanneer het Europese Hof tot de conclusie zou komen dat de beperkingen die Denemarken de Nederlandse schepen oplegt in strijd zijn met het Verdrag van Europa, zou dit ook tot schadeclaims kunnen leiden.

  • De bereidwilligheid van Duitsland om op grote schaal Port State Control (PSC) inspecties uit te voeren op Nederlandse zeilschepen.
    Omdat de schepen volgens de afspraken in de Paris MoU on Port State Control in het algemeen slechts éénmaal per jaar geïnspecteerd mogen worden, is er voor de Deense Port State Control autoriteiten geen aanleiding om de schepen te inspecteren.
    Zou Denemarken deze inspecties wél uit moeten voeren (bijvoorbeeld omdat Duitsland dit niet doet), dan is het zeer de vraag wat daarvan de consequenties zouden zijn. Ik vermoed dat de Denen het helemaal niet erg vinden dat ze op dit moment de Nederlandse schepen kunnen mijden.

Dit neemt niet weg, dat de situatie zeer onzeker is en ieder moment zou kunnen veranderen. Denemarken heeft zich al vaker geschoffeerd gevoeld door de Nederlandse autoriteiten en er hoeft maar iets te gebeuren wat de Denen niet bevalt of de Nederlandse zeilschepen liggen aan de ketting.